• <div class="content-container hide-sm"><a href="https://www.allesoverhetlaatsteafscheid.nl/allesoverhetlaatsteafscheid/"><b>Afscheid nemen</b> van dit leven is voor <b>alle betrokkenen</b> een heel <b>ingrijpende gebeurtenis</b>. Het is <b>moeilijk</b> om alle <b>informatie</b> te vinden over dit <b>laatste afscheid. Wij helpen u graag op weg bij het maken van de juiste keuzes.</b></a></div><br/><p>

Cremeren in Nederland

Een crematie is een plechtigheid waarbij iemand die overleden is, gecremeerd wordt. Andere woorden voor crematie zijn: verassing of lijkverbranding. Een alternatief voor de crematie is begrafenis.

Men kan er ook voor kiezen om niet begraven of gecremeerd te worden, maar zijn lichaam ter beschikking te stellen aan de wetenschap.
Elk land en/of geloof heeft zijn eigen tradities en rituelen rond een crematie.

Cremeren is zo oud als de mensheid. In de Bronstijd werden al urnen in hunebedden bijgezet. Ook in de Romeinse tijd, rond het begin van onze jaartelling, was cremeren de meest gebruikelijke wijze van lijkbezorging. In heel Nederland zijn overblijfselen gevonden van brandkuilen waarin overledenen werden verast.
In de eerste eeuwen na Christus werd het begraven meer toegepast door een eenvoudige reden: het hout werd schaars. Vanaf Karel de Grote werd in het westen begraven gemeengoed; als christelijke vorst verbood hij (in 785 na Christus) het cremeren zelfs vanwege het heidense karakter. Daardoor was in de volgende 11 eeuwen de overledene begraven de enige manier van lijkbezorging.

Lang bestond er uit geloofsovertuiging veel tegenstand tegen cremeren. Door de dode te begraven in plaats van te verbranden, ‘bleef het lichaam intact en stond niets de wederopstanding en het eeuwige leven in de weg’.
Rond 1850 gingen in West-Europa voorstanders van crematie zich organiseren. Ze kregen steun van de medische wereld, die vanwege hygiëne en ruimtegebrek de voorkeur gaf aan crematie. De Nederlandse wet stond lijkverbranding niet toe. In Frankrijk, Italië en Duitsland was cremeren echter al wel mogelijk.

Tegelijk met het verzet tegen het begraven in en rond de kerken, ontstond weer de interesse in cremeren. Vooral medici en wetenschappers stelden dat het verbranden van overledenen de bestrijding van epidemische ziekten positief kon beïnvloeden. De regels met betrekking tot de wijze van begraven, de inrichting van een begraafplaats, de begrafenis- rechten en de duur van de grafrust en dergelijke, werden vastgelegd in de Begrafeniswet van 1869. Dit was de eerste landelijke wet. Er zat echter een leemte in de wet. Crematie werd weliswaar verboden, maar de strafrechtelijke sancties ontbraken. Hiervan maakten voorstanders van crematie dankbaar gebruik.
In 1874 werd er “eene vereeniging tot invoering der lijkverbranding in Nederland” (tegenwoordig: ‘Koninklijke Vereniging voor Facultatieve Crematie’) opgericht. Pas in 1913 werd in Nederland het eerste crematorium op begraafplaats Westerveld in Driehuis gebouwd: crematorium Velsen, waar op 1 april 1914 de eerste crematie plaatsvond. De crematie was eigenlijk nog illegaal omdat in de wetgeving lijkverbranding nog niet was opgenomen. In de 19e eeuw en de eerste helft van de 20e  eeuw bestond er uit geloofsovertuiging veel tegenstand tegen cremeren. Door de dode te begraven in plaats van te verbranden, ‘bleef het lichaam intact en stond niets de wederopstanding en het eeuwige leven in de weg’.
Vanaf 1955 is cremeren wettelijk toegestaan. Vanaf 1968 stelt de wet cremeren gelijk aan begraven. In sommige regio’s van Nederland is crematie niet zo geaccepteerd, dit hangt samen met religieuze overtuigingen en tradities.
De rouwplechtigheid, zoals een kerkdienst of uitvaartdienst, voorafgaand aan de crematie, is gelijk aan die bij een begrafenis. De daadwerkelijke verbranding wordt uitgevoerd door het crematoriumpersoneel. Enkele jaren geleden in de regel zonder aanwezigheid van nabestaanden of belangstellenden. Tegenwoordig kunnen de nabestaanden aanwezig zijn bij het invoeren van de kist in de oven.  Bij de meeste crematoria is dit geen probleem. Een aantal crematoria heeft de ovenruimte een publieksvriendelijker uiterlijk gegeven.
De crematie vindt plaats in een crematorium waar de overledene in een doodskist of crematiekist verbrand wordt. Een kist is geen verplichting, de crematie mag ook plaatsvinden met de overledene geplaatst op een ligplank en gewikkeld in een lijkwade. Bij invoer op een ligplank is de enige voorwaarde, dat het stoffelijk overschot voor het ovenpersoneel niet als dusdanig herkenbaar is. De verbranding vindt plaats in een oven. De temperatuur is ongeveer 1100 graden Celsius.

Na afloop van een crematie kan de as na een, wettelijk voorgeschreven, periode van één maand bedenktijd bewaard worden in een urn of verstrooid worden op één van de volgende manieren:

  • Op het land, in speciaal daarvoor aangewezen gebieden, vaak rondom een crematorium of op het nationale verstrooiingsterrein Delhuyzen.
  • Op zee, door uitstrooiing van de as vanaf een boot of door het te water laten van een zee-urn, gemaakt van samengeperst zout dat na contact met water langzaam oplost.
  • In de lucht, door de as vanuit een vliegtuig uit te strooien op grote hoogte of door de as met een vuurpijl de lucht in te schieten.
  • Een andere door de overledene of familie gewenste manier.
  • Het is mogelijk een urn met as te begraven.
  • Een levende herinnering is mogelijk door een jonge boom samen te brengen met humane as en deze negen maanden op te laten kweken. Als de herinneringsboom klaar is kan hij geplant worden op een locatie naar keuze.

De laatste dertig jaar is het aantal crematies sterk gestegen.
In 1988 waren er in ons land 32 crematoria die sámen ruim 51.000 crematies verzorgden. Zo’n veertig procent van alle overledenen werd in die tijd gecremeerd. Ook werd in 1988 de Landelijke Vereniging van Crematoria (LVC) opgericht, een brancheorganisatie die in veel gevallen optreedt als spreekbuis van de crematoria.

In 2003 werden in ons land voor het eerst meer overledenen gecremeerd dan begraven (circa 72.000; 50,9%).
Anno 2018 kiest ruim zestig procent voor crematie en zijn er in ons land 82 crematoria.

Oók is er sinds de eerste crematie in 1914 op het gebied van dienstverlening en (wettelijke) mogelijkheden rondom een crematieplechtigheid veel veranderd.  Plechtigheden worden persoonlijker en de mogelijkheden die nabestaanden hebben om een bestemming aan de as te geven zijn enorm. De crematoria bieden hiervoor tal van mogelijkheden om te gedenken.