• <div class="content-container hide-sm"><a href="http://www.allesoverhetlaatsteafscheid.nl/allesoverhetlaatsteafscheid/"><b>Afscheid nemen</b> van dit leven is voor <b>alle betrokkenen</b> een heel <b>ingrijpende gebeurtenis</b>. Het is <b>moeilijk</b> om alle <b>informatie</b> te vinden over dit <b>laatste afscheid. Wij helpen u graag op weg bij het maken van de juiste keuzes.</b></a></div><br/><p>

De oudste gegevens over omgang met doden dateren uit 3500 voor Christus, dat is een hele tijd terug in de geschiedenis.
Er wordt algemeen aangenomen dat 2500 jaar voor onze jaartelling het tijdperk begon van de collectieve dodenverzorging volgens vaste gedragslijnen. Hoewel er veel graven zijn gevonden van voor die tijd, worden de hunebedbouwers beschouwd als de eerste echte ‘begrafenisondernemers’.
Grote stenen werden gebruikt bij het maken van de hunebedden. De overledenen werden begraven in de grafkelder, die gevormd zijn door stenen. De ingang van het hunebed is aan de zuidzijde. De overledene lag altijd in de richting van de opkomende zon, het oosten. Over de stenen kwam een dekheuvel met zand, zodat alleen een langwerpige heuvel met de uitstekende punten van de stenen zichtbaar bleef.

Na een periode waarin een aantal grote stenen naast en op elkaar werden geplaatst, om zo een grafkelder of ‘hunebed’ te bouwen, werd in de Bronstijd overgestapt op het begraven in grafheuvels.

In deze heuvels bevonden zich vaak kleine ‘dodenhuisjes’ waarin behalve de overledene ook resten van voedsel en voorwerpen werden begraven, wat duidt op de uitvoering van rituele plechtigheden.

Ten tijde van de bloei van het Christendom, werden alle Romeinse tradities overboord gegooid. In plaats van begraafplaatsen buiten de bebouwde kom (er werden in de Romeinse tijd immers natuurgoden vereerd), werden er nu kerkhoven midden in de woongebieden aangelegd. Er werd voornamelijk in en om de kerk, de heilige plek, begraven.

De begrafenis was aan veel regels gebonden en er waren verschillende ceremonies en grafsoorten voor verschillende standen en rangen van de maatschappij. Ook werd er veel gebruik gemaakt van symbolen, zoals de ‘gevleugelde zandloper’ die de vervlieging van de tijd symboliseerde en de duif die gebruikt werd (en nog steeds wordt) als vredessymbool.

Crematies (die overigens in de Romeinse tijd wel plaatsvonden), vonden slechts plaats bij misdadigers en zelfmoordenaars. Hun lijken moesten verdwijnen, zodat overblijfselen geen kwaad meer zouden aanrichten.

Door de bevolkingsgroei werd al in de zeventiende eeuw het ruimtegebrek nijpend. Begraven werd er tot dan toe in en rond de kerk, midden in de stad of het dorp. Het begraven in de kerk gebeurde niet altijd zorgvuldig. Geruimd werd er niet, dus de kerken raakten overvol. Mede doordat er epidemieën in Nederland heersten, zoals de pest, werd het steeds onhygiënischer in en rond de kerken.

Toen er tegen het einde van de achttiende eeuw meer inzicht kwam in het belang van hygiëne en het gevaar van besmetting gingen er steeds meer stemmen op om het begraven in kerken te verbieden en de begraafplaatsen buiten de stad te verplaatsen. Vanaf 1829 werd het begraven in de kerk verboden.

De ‘christelijke’ periode is eigenlijk nog steeds actueel, al zijn tegenwoordig uitvaarten steeds minder aan regels gebonden en wordt steeds meer uitgegaan van persoonlijke wensen van overledenen en nabestaanden. De ‘kille’ begrafenis is verleden tijd en in de toekomst zal de begrafenis steeds meer in het teken staan van maatwerk.